Vrijdag, 16 februari
Na nog een laatste stop bij de Safeway voor snacks en drinken voor onderweg gaan we rond een uur of twee op weg naar Snowshoe, West Virginia. Het landschap is de hele weg besneeuwd langs de I-66 en bij Front Royal zien we ook mooie beijsde bomen op de toppen van de heuvels.
Daarna staan we even in de file, omdat er een ongeluk gebeurd is en rijden dan interstate 81 op. Bij Strasburg stoppen we nog even, voor we de bergen in gaan. De “sneeuw” is een ijsvlakte en glimt als een spiegel. Zelfs Rick, die nooit een zonnebril op heeft, leent er eentje van mij, zo verblindend werkt het!

Interstate 81 in Virginia
Na Harrisonburg rijden we echt het platteland in. Berg op, berg af, gelukkig hebben de kinderen een wagenziekte pilletje op, want vooral Saskia heeft daar nogal eens last van.

IJzige bomen in Virginia

De zon staat al laag en alle bomen zijn beijsd, wat alles een sprookjesachtig aanzicht geeft. Overal staan koeien, paarden en schapen, niet in keurige weides, zoals in Nederland, maar op rotsachtige, heuvelachtige, besneeuwde vlaktes. Boerderijen hebben allemaal een naam, de leukste vinden we allemaal de Hillbilly Farm.

Virginia roads
Als we het George Washington National Forest binnen rijden, weten we, dat er mijlenlang niets meer zal zijn. We stoppen dus maar even om drinken te halen bij de Mountain View Country Store (hun motto is: Convenient Friendly Service).
Het zijn ook echt vriendelijke mensen, deze Virginians uit de bergen. Met een “How are y’all” worden we begroet en er wordt flink gegrapt. In zo’n winkel kun je echt van alles krijgen, van drankjes tot jachtspullen tot kleding en verf. Rick vraagt hoe de conditie van de wegen door de bergen is en krijgt te horen, dat die vrij goed is, op een paar “slick spots” na.
Die “slick spots” vinden we allemaal, vooral in de haarspeldbochten! Ik sta zo af en toe doodsangsten uit! Maar we hebben dan ook wel prachtige uitzichten op de bergen van West-Virginia.
We komen onder anderen door het plaatsje McDowell, aan de Bullpasture rivier, waar een bordje staat, dat het een Puriteins stadje is, kennelijk een heuglijk feit, en niet veel later rijden we West-Virginia binnen. Om te beginnen lijkt hier minder sneeuw te liggen, dan bij ons. Maar dan rijden we een bergrug over en ligt er opeens een hele berg en het is -9 graden Celsius!
We bevinden ons in alweer een National Forest, dit keer het Monongahela. En mooi, dat het is, overal beekjes en bevroren watervalletjes. Het is ook vrijwel onbewoond, op de enkele hut na. Wat mensen hier doen om van te leven? Rick en ik vragen het ons iedere keer weer af.
Rond zeven uur bereiken we “Top of the World”, het hoogtepunt van Snowshoe Mountain, waar we inchecken. Hier is het -14 en er staat een fikse wind, brrr!! We hebben zin om bij een open haard lekker iets te gaan eten.
Er is hier wel een erg leuk uitziend restaurant, maar daar blijkt een wachttijd van 2,5 uur te zijn. Dat is wel erg lang en we weten, dat er verderop nog veel meer restaurants zijn. We besluiten dus eerst onze spullen naar de condo te brengen.
Dit is voor ons de tweede keer, dat we gaan skien in Snowshoe. De eerste keer logeerden we in de Mountain Lodge bij de “Village” en achteraf gezien was dat enorm gunstig gelegen. Nu hebben we een mooi gelegen condo (Ridgewood 45) met uitzicht op bos ongeveer een mijl van het hoofdgedeelte met winkels en restaurants. Maar in sneeuw en ijs toestanden is dat precies een mijl te ver, hebben we uitgevonden.
We parkeren voor het complex en zeulen de bagage de trap op. De condo heeft twee slaapsofa’s en boven een “loft” met een dubbel bed. Het is er ijzig, al staat de verwarming vol aan.
In het gastenboek lezen we klachten, dat de verwarming niet goed werkt en de achterdeur lekt. Wat dat laatste betekent zullen we de komende dagen te weten komen. In ieder geval is alles erg oud en slecht onderhouden. Pluspunten zijn wel, dat we een wasmachine en droger hebben en een volledig uitgeruste keuken.
Gauw gaan we op zoek naar een restaurant met een redelijke wachttijd. The Junction wordt onze keus en we vallen aan op de nacho’s, chili en een wilde bessen cobbler toe. Na een heel aantal reruns van Growing Pains zoeken we ons bed op.
0 reacties:
Een reactie posten