Onze webcam

Cul-de-sac Cam

Ons weer:

Vienna, Virginia WEATHER
Posts tonen met het label Quebec City. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Quebec City. Alle posts tonen

zaterdag, maart 17, 2012

De terugreis alweer

Nu heb ik al vaak geen hoge pet op van weersvoorspellers, maar voor deze stad is het helemaal hommeles! Het zou vandaag volgens het verhaal mooi zonnig weer worden, maar zelfs zonder dat de gordijnen open zijn zie ik al dat dat niet het geval is. Integendeel zelfs, het plenst!

In plaats van het ontbijt van het hotel hebben Kai en ik zin om de croissants van Paillard te proberen. Die zagen er eergisteren zo lekker uit en werden door iedereen aanbevolen.

Eenmaal buiten blijkt de regen ijzel te zijn. Het is doodeng van de heuvel naar beneden lopen! Ik klamp me angstvallig vast aan Kai. Gelukkig zijn de stoepen aan de hoofdstraat wel goed gezouten. Mijn laarzen zien er niet uit na al dat zout hier!

De croissants zijn precies zo smakelijk, als iedereen zei. Lekker knapperig met een zacht midden, een grote aanrader! Hun koffie is ook goed sterk, beter dan in het hotel, waar het zo theeachtig was. Dit restaurant is dus echt een aanrader voor ontbijt en lunch.

Eenmaal weer buiten regent het zo mogelijk nog harder. Zijn wij even blij dat we onze stadswandeling gisteren helemaal hebben gedaan! En wat een geluk hadden we toen met het weer. Ik heb te doen met de schaatsers, lijkt me helemaal niet lekker in dit weer.

Kai heeft geen waterdichte jas aan en weigerde zijn paraplu mee te nemen, maar wil toch graag even winkelen. We duiken een Franse boekhandel in, waar ik allerlei strips uit mijn jeugd zie (Bill & Boule en Spirou, bijvoorbeeld). Kai kiest de eerste Asterix, Le Gaulois, uit om zijn Frans mee te oefenen.

Op dinsdagmiddag had ik bij Le Chateau een leuk topje gezien. Het is mijn favoriete kleur, turquoise, en ik weet dat ik het wil hebben. Ik wil alleen even passen om zeker te zijn van de maat.

Binnen tien minuten sta ik dus buiten met een heel leuk nieuw topje. Ik moest me inhouden niet meer aan te passen, want veel van hun kleren en kleuren (turquoise en rood) stonden me wel aan. Jammer dat we geen Le Chateaus in ons gebied hebben. Er was er vroeger een in Tysons Corner, maar die heeft het niet lang volgehouden helaas.

We lopen terug naar de kamer, waar we een late checkout aanvragen. Met dit weer gaan we geen lange wandelingen door de stad maken, dus hoe langer we in de kamer kunnen blijven, hoe makkelijker. We computeren was en pakken dan in om om twaalf uur uit te checken.

We laten de bagage zolang in het afgesloten kantoortje en bespreken wat we willen gaan doen. Het weer wordt er niet beter op en we zijn het erover eens dat we dan beter na de lunch kunnen gaan proberen een vroegere vlucht naar Montreal te nemen. Onze huidige overstaptijd daar is zo kort dat we geen zullen hebben om avondeten te eten.

Kai kiest voor de lunch om crepes te gaan eten bij Casse-Crepe Breton" target="_blank". Daar is het een gezellige drukte en we krijgen stoelen aan de bar. Leuk, want zo zien we hoe de crepes gemaakt worden.


Dit keer laat ik de mijne met ham, ei, champignons en spinazie vullen en Kai die van hem met emmenthaler, asperge en ham. Ik drink er een gluhwein bij, precies goed met dit weer. Het smaakt allemaal erg lekker en is een gezellige laatste lunch hier.

Op weg naar het hotel bespreken we dat het geen nut heeft nog langer in het hotel rond te hangen. We vragen de receptioniste dus een taxi voor ons te bestellen. Terwijl we daarop wachten heb ik nog een heel gesprek met haar in het Frans. Toch grappig hoe dat na een paar dagen hier toch weer omhoog is gekomen.

De taxirit duurt een minuut of twintig en er staat niemand in de rij om bij Air Canada in te checken. Ik vraag of we met een eerdere vlucht meemogen en we gaan op de standby lijst van de vlucht van tien voor half vier. Die van tien voor half drie missen we net.

De agent denkt dat we een goede kans maken in ieder geval voor onze oorspronkelijke vlucht van tien voor zes mee te kunnen. Er zitten nog drie andere vluchten tussen. Daarin krijgt ze gelijk. De vlucht van tien voor half vier heeft iets met het gewicht, waardoor we net niet meekunnen, maar we krijgen instapkaarten voor de vlucht van kwart over vier.

We hebben zo ruim twee uur in Montreal. Daar moeten we eerst door de Amerikaanse douane, die ontzettend ver lopen is. Zo krijg ik mijn 10000 stappen vandaag wel weer bij elkaar!

Net als in de Bahamas vorige week hoeven we hier ook onze bagage niet eerst op te halen. Ik vraag me af of dit nu dan overal het geval zal zijn met de Amerikaanse douane, want dat lijkt me heel veel tijd schelen in Aruba.

Kai en ik hebben intussen wel weer trek en ruimschoots de tijd om iets te gaan eten. We nemen een tafeltje in het Houston restaurant. Daar bestelt Kai een burger en ik een kop uiensoep met een flatbread met kaas, tomaat en olijven. Het smaakt verrassend goed voor vliegveldeten.

Ongeveer drie kwartier voor het vertrek van onze vlucht begeven we ons naar de gate. Alle gates zijn hier open, behalve die voor de vluchten naar Washington, die zit achter glas. Als we erbinnen willen lopen, worden we er weer uitgestuurd. Eerst moet een politieagent onder alle stoelen kijken om zeker te zijn dat er geen explosieven zitten. Zulke veiligheidsmaatregelen voor vluchten naar onze hoofdstad heb ik in de VS zelf nog nooit gezien.

Gelukkig worden er geen explosieven gevonden, dus we mogen naar binnen. Al gauw mogen we ook aan boord. Op de vlucht van Quebec naar Montreal zaten Kai en ik niet naast elkaar en ik zag dat hij Kruistocht in Spijkerbroek aan het lezen was.

Op mijn vraag hoe dat gaat, antwoordt hij "moeizaam". Ik stel voor dat we tijdens deze vlucht het samen lezen, zodat ik moeilijke woorden voor hem kan vertalen. Dan pas merk je hoe de spreektaal toch heel anders is dan schrijftaal. Het valt nog niet mee om sommige woorden te vertalen, zodat ze ongeveer dezelfde betekenis hebben. Uiteindelijk vertaal ik de zinnen helemaal, dat gaat beter. Het blijft zo'n mooi verhaal en het spreekt Kai ook erg aan, dus hij is vastbesloten het uit te lezen.

De vlucht gaat heel snel en een half uur te vroeg landen we alweer in Washington. Zodra ik uit het vliegtuig stap valt me op hoeveel warmer het hier is. Rick wacht ons al op en in de auto vertellen we hem al onze avonturen.

Thuis wacht ons nog een verrassing, want woensdag is ons nieuwe meubilair bezorgd. Het staat prachtig! Het is mooi strak en modern en, het allerbelangrijkste, het zit heerlijk! Nu moeten we nog wat bijzettafeltjes vinden, want deze bank heeft geen tafeltje tussen Rick en mij in, en dan is de family room weer helemaal up to date.

vrijdag, maart 16, 2012

Stadswandelingen en Crashed Ice

Vannacht hebben we heerlijk geslapen, weer met de computer fan aan. We konden gisteravond de buurman zijn douche horen nemen en rochelen! Kai en ik zijn beiden lichte slapers, dus vinden het witte geluid een uitkomst! Pas om negen uur zijn we echt wakker en klaar om op te staan.

Het zonnetje schijnt vrolijk de kamer binnen en wat doet dat de besneeuwde wereld er gezelliger uitzien! Dit hotel heeft geen sportgelegenheid en we gaan vandaag zoveel lopen, inclusief trappen en heuvels, dat we dat onze beweging van vandaag gaan vinden.

Na snelle douches gaan we beneden ontbijten. Dit keer zijn de twee warme gerechten havermoutpap en broodpudding. Geen van beiden favorieten van mij, gelukkig is er wel heerlijk zelfgebakken bananenbrood, vers fruit en kaas. Het gaat er goed in.

Thuis heb ik twee wandeltochten van Frommers uitgeprint. De langere leidt door het hogere gedeelte van de oude stad, de kortere door het lage gedeelte aan de rivier.

Die gaan dus mee op pad. Zolang de lucht mooi blauw is, schiet ik onderweg zoveel mogelijk plaatjes. Je weet hier tenslotte maar nooit. We besluiten eerst naar de Citadelle te gaan, een stervormige burcht, die nog steeds in gebruik is bij het Canadese leger.

Online had ik al gelezen dat in de winter de enige rondleiding om half twee plaatsvindt, maar we willen even gaan kijken of we daar in geinteresseerd zijn. In de zomer is het veel interessanter, want dan staan de wachten er en is er ook dagelijks een wisseling van de wacht.

In de tunnel leidend naar het museum lezen we van alles over de geschiedenis van de Citadelle. Ik vraag Kai of hij om half twee terug wil komen, maar tot mijn milde verbazing is hij daar niet in geinteresseerd. Wat mij betreft prima, want ik besteed de tijd liever in de gezellige straatjes van de oude stad.

Nu lopen we terug naar Chateau Frontenac, waar we onze stadswandeling beginnen. Als eerste lopen we over een boulevard met uitzicht op de St. Lawrence rivier en in de verte de bergen. IJsschotsen drijven in de rivier en verderop lijkt die zelfs helemaal bevroren te zijn. Het is hier voorzichtig lopen, want de sneeuw is ijs geworden door de vele wandelaars.

We vervolgen onze wandeling over de Promenade des Gouverneurs, waar een aantal van de trappen beklimmen om een nog hoger en beter uitzicht te krijgen. Er zijn echter in totaal ijzige 310 treden te beklimmen en het is een kwartier lopen en dan weer terug naar het Terrasse, dus halverwege keren we terug.

De wandeling leidt ons langs 17e eeuwse huizen langs Rue St. Louis. Het Consulaat van Frankrijk is tegenwoordig gevestigd in wat waarschijnlijk het oudste gebouw in Quebec is, Maison Kent uit 1648. Het is blauw met wit, inclusief het blauwe dak.

Het restaurant "Aux Anciens Canadiens" ligt er schuin tegenover in een gebouwtje met fel rood dak uit 1677. De felgekleurde daken vallen mij in deze stad erg op. Kennelijk was dat in de Franse Coloniale tijd dus al gebruikelijk. Helaas is het restaurant enorm duur, want er staan allerlei plaatselijke gerechten op het menu, die wij graag hadden geprobeerd.

Langs nog een aantal historische huizen en over het gezellige Place d'Armes, waar het nu een flinke drukte is. De start van de Red Bull Crushed Ice race is hier namelijk. Op dit plein staat ook een enorm standbeeld van Samuel de Champlain, die Quebec stichtte in 1608. Dit hele stadje staat op World Heritage lijst van Unesco.

Al is de zon inmiddels weer achter de wolken verdwenen, het dooit duidelijk wel. Overal drupt water van de luifels, maar het is echt uitkijken voor stukken ijs, die van de daken vallen. Voor ons krijgt een vrouw een flink stuk op haar hoofd. Gelukkig is ze er niet door gewond.

We lopen de korte Rue du Tresor af, waar artiesten hun werken hebben uitgestald. Over de straat gespannen tentdoeken houden ze droog. Ook zien we vandaag voor het eerst koetsen met paarden ervoor. Als ik met een van de meisjes was geweest hadden die daar vast een rondleiding in willen maken, maar Kai boeit dat soort dingen niet.

Nu zien we de Basilique Notre-Dame voor ons opdoemen. Deze kerk stamt uit 1647, maar heeft allerlei bombardementen en vernielingen ondergaan in zijn tumultueuze geschiedenis. We lopen er binnen om de vele kunstwerken uit de Franse tijd te bewonderen (van voor 1759, want toen veroverden de Britten Quebec). Zo hangt er een lamp, die een geschenk van Lodewijk de Veertiende was. Het is een prachtige Katholieke kerk met veel goud en schitterende glas in lood ramen.

Aan de overkant van de kerk staat het stadhuis. De voordeur daarvan heeft een groot klaverblad voor St. Patrick's Day, dat zaterdag gevierd zal worden. Het stamt uit de laat negentiende en past qua architectuur bij de Chateau Frontenac, die ook uit die tijd stamt.

Kai en ik merken op dat de Canadezen in die tijd dol waren op koperen daken. Vrijwel in alle Canadese steden, waar wij geweest zijn, vallen die op. Natuurlijk werken de opvallende, vrijwel allemaal in dezelfde stijl gebouwde, Canadian-Pacific Railroad hotels (nu Fairmonts) daar ook aan mee. De Chateau Frontenac hier, Chateau Laurier in Ottawa en het Empress Hotel in Victoria staan in mijn herinnering gegrift. Maar ook veel regeringsgebouwen hebben koperen daken.

Onze volgende stop is de eerste Anglicaanse kerk, die buiten de Britse eilanden werd gebouwd. Helaas is de kerk gesloten, want Kai en ik wilden graag onze eerste Anglicaanse kerk bekijken. Bij dit schrijven bedenk ik me echter dat ik in Engeland natuurlijk ook al in Anglicaanse kerken ben geweest en Kai ook.

Langs het Ursulinenklooster, wat nu een prive meisjesschool is, lopen we terug naar de Rue St. Louis. Hier zien we hoe een kogel van een kanon onder in een boom zit. Het verhaal gaat dat het een kogel uit de oorlog van 1759 is en de boom eromheen is gegroeid.

De citadelle laten we dus (letterlijk) links liggen en onder de poort door lopen we het ommuurde gedeelte van de stad uit. Nu bevinden we ons op de Grande Allee en zien we het Hotel du Parlement. Deze parlementsgebouwen doen me ook weer een beetje aan die in Ottawa denken. Er is een centrale toren, net als daar, en de typische koperen daken.

Hier eindigt de Frommers rondleiding, maar ze geven nog wel een goede lunchtip. Het restaurant Chez Ashton zou de beste poutine in de stad hebben. Een bezoek aan Quebec is niet compleet zonder dit lokale gerecht en we blijken precies naast het restaurant te staan.

Het loopt al bij enen, dus we gaan naar binnen. Daar bestellen we een poutine piquante (friet met een soort van jus en cheese curds (verse kaas?)). Ik neem er ook een salade bij en Kai een vleesbroodje. Het is een interessante combinatie, maar Kai en ik vinden het erg lekker.

Na het eten lopen we naar de "breek nek" trappen, die naar het lagere gedeelte van de oude stad leiden. Hier begint onze tweede rondleiding, die een stuk korter is (en wij nog korter maken, want een gedeelte ervan is alleen leuk in de zomer en onze voeten beginnen pijn te doen).

Kai wil graag een t-shirt met een Franse spreuk als souvenir. Iedere zaak lijkt echter alleen maar Engelstalige shirts te hebben. Op weg naar beneden zie ik echter een winkel met weliswaar allerlei schunnige t-shirts, maar sommigen daarvan zijn in het Frans (Quebecois). Kai kiest die met "Je m'en calisse" (Het kan me geen ruk schelen (calisse is een Quebecois scheldwoord)).

Eenmaal beneden lopen we het schattige Petit Champlain winkelstraatje af. Naar verluidt de oudste winkelstraat in Noord-Amerika. Hier gaan we vanavond ook eten, hebben we besloten. We lopen een aantal souvenirwinkeltjes in, op zoek naar iets voor Rick en Saskia, maar vinden niets.

De Frommers wandeling leidt ons via de boulevard langs de rivier naar Place Royale, wat in de achttiende eeuw de marktplaats was. Er staan nu nog allerlei huizen uit mid-zeventienhonderd. Wat er ook staat is een gedeelte van de ijsbaan voor de race dit weekend en een heel aantal toeschouwers. We horen dat er straks een aantal schaatsers naar beneden zal komen.

Kai en ik besluiten onze stadswandeling hier te eindigen en te wachten op de schaatsers. Het duurt een tijdje en mijn handen en voeten verkleumen zo stilstaand. Maar dan is er opeens actie en komen mannen op ijshockeyschaatsen met de vlaggen van de deelnemende landen naar beneden racen. Nederland is er ook bij, leuk!

We blijven nog even naar de eerste (training)race kijken en hebben het dan zo koud dat we de warmte op willen gaan zoeken. Zo hebben we tenminste iets meegekregen van de schaatsrace.

In een paar souvenirswinkeltjes warmen we langzaam op. Ik vind het moeilijk iets voor Saskia te vinden, dus ben helemaal blij als ik Canadese thee zie. Zij is een echte theeleut, dus daar gaat een doosje van mee. Mijn contante geld is bijna op, dus ik probeer wat uit de ATM te halen. Die weigert echter en in de winkel ernaast ook.

Dat doet me vrezen dat onze bank mijn kaart geblokkeerd heeft, omdat ik hem in Canada gebruik. Gauw bel ik Rick, die bij de bank gaat checken. Er is volgens hen niets aan de hand, dus misschien was het een storing van het netwerk hier. Ik beloof Rick het straks weer te proberen.

Zoals iedere middag hier zoeken Kai en ik een leuke pub om even een biertje te drinken. Het is leuk voor hem dat hij hier gewoon alcohol mag bestellen. Het wordt dit keer D'Orsay, waar we aan de bar een gelijknamig glas bier drinken. Hier is ook een ATM en tot mijn opluchting krijg ik dit keer wel mijn gepinde geld mee.

Op weg naar het hotel stappen we nog even het supermarktje dichtbij binnen. Daar hebben ze allerlei verschillende Canadese biersoorten. Het Bahamiaanse bier was zo'n succes bij Rick dat ik nu drie verschillende biertjes uit Quebec meeneem voor hem. Daar doe ik hem veel meer plezier mee dan een zoveelste t-shirt of zo.

Boven op de kamer geven we de voeten een paar uurtjes rust. Daarna gaan we weer op pad naar ons restaurant van vanavond. Dat ligt in "Basse-Ville", de lage stad dus. Onderweg is het een drukte van jewelste rond de schaatswedstrijdbaan.

Opeens hoor ik Nederlands praten en zie een drietal mannen in officiele oranje lange jassen. Ik vraag of zij morgen mee zullen doen en dat blijkt het geval. Helaas begint hun wedstrijd pas om half acht en dan zitten Kai en ik alweer in het vliegtuig. Ik vraag nog even of ik een foto mag maken voor het Nederlandse thuisfront.

Een van de vrouwen, die bij het gezelschap hoort, biedt aan om die foto met Kai en mij erbij te maken. Zo gezegd, zo gedaan. Wel erg leuk, hoor, om nu toevallig van alle landen het Nederlandse team tegen het lijf te lopen!

We lopen verder naar beneden, waar de lichtjes gezellig aan zijn. Het restaurant, Le Cochon Dingue, werd hartelijk aanbevolen en we moeten twintig minuten wachten op een tafeltje. Ze hebben gratis wifi, dus op onze telefoons gaat die tijd wel snel.

Het is een heel gezellig restaurant en eerder vandaag hebben Kai en ik al besloten een van hun tartines te bestellen. Dat zijn boterhammen met verschillende dingen erop. Ik bestel de gerookte zalm met kaas en Kai de croque monsieur met ham, kaas en bechamel. Daarbij worden cornichons, frietjes en koolsla geserveerd.

Daarbij drinkt Kai water en ik rose. Wat ik heel fijn vind in de restaurants hier is dat je karafjes kunt bestellen. Hier bieden ze een kwart liter (neem ik), 375 ml, halve liter en fles. Mijn rose wordt in een fles bezorgd en heel handig in een emmer met ijs dat aan de tafelrand hangt koud gehouden. Ook dat zou ik graag elders zien.

Als het eten wordt geserveerd, krijgt Kai wel een tartine, maar mijn gerecht lijkt meer op gewone, dan gerookte, zalm en er is geen brood, frietjes of koolsla. Dit is het zalm hoofdgerecht. Gewoonlijk zou ik dat prima vinden, maar ik heb echt zin in gerookte zalm.

Nu heb ik in het Frans besteld, maar weet toch zeker dat ik "saumon fume" heb gezegd. Inderdaad verontschuldigt de serveerster zich enorm. "Je suis desolee!", het klinkt zo mooi in het Frans. Binnen de vijf minuten heb ik, met nogmaals excuses, mijn gerookte zalm tartine.

De aanbevelingen voor dit restaurant zijn zeker terecht! Het heeft heerlijk eten, een gezellige ambiance en vriendelijke service. Dat laatste is hier niet overal het geval. Het kunnen net de mensen zijn, die wij hebben getroffen, maar op ons komen de Quebecois een beetje onvriendelijk over. Zeker niet zo open en verwelkomend als we elders in Canada hebben meegemaakt. Misschien is er een reden dat mijn Grieks-Canadese schoonzus het niet met haar Quebecois buren (Ottawa ligt naast Hull, wat in Quebec ligt) opheeft.

En zo gaat alweer de laatste nacht van deze reis met Kai in. Hij doet enthousiast de Franse Rosetta Stone lessen. Hij durfde vanavond in het restaurant nog niet in het Frans te bestellen, maar als hij zo doorgaat is dat de zoveelste taal, waarin hij zich verstaanbaar zal kunnen maken. Dat allemaal zonder het voordeel dat ik had: onderwijs op school! Ik vind het maar knap.

Foto's van vandaag staan hier.

woensdag, maart 14, 2012

IJshotel en Musee de la Civilisation

Dit hotel blijkt vrij gehorig te zijn. We kunnen de mensen in de kamer naast ons horen praten. Mijn in Nederland aangeschafte MP3 van een fan op mijn computer komt goed van pas. Dat witte geluid vindt Kai ook heerlijk. Wij zijn een gezin dat graag met fans aan slaapt, want ook de meisjes hebben er ieder een.

De wekker is voor acht uur gezet, want we hebben vanochtend een tour geboekt. Eerst gaan we naar beneden, waar in een gezellige als mini-restaurant ingerichte kamer ontbijt wordt geserveerd. Er zijn twee warme gerechten, vandaag een ei, ham en asperge frittata en witte bonen in tomatensaus. Verder kunnen we kiezen uit vers fruit, vanilleyoghurt, verschillende soorten brood en cereal. We laten het ons goed smaken.

Boven gaat de sportkleding aan en doen we allebei een "50-10" Max Capacity Training. Op dagen als vandaag, wanneer we weinig tijd hebben, is dat ideaal, want alle spieren komen aan bod en worden vermoeid door de vele repetities.

Keurig op tijd vertrekken we richting Chateau Frontenac, waar we zullen worden opgehaald. Eenmaal beneden bedenk ik me dat ik mijn Fitbit vergeten ben. Dat kan natuurlijk niet! Gauw ren ik de trap op naar onze kamer op de vierde verdieping. Die trappen tellen dus niet mee in mijn totaal voor vandaag, grrr (totaal aantal trappen voor vandaag zonder die: 72!)! Ik ben echt Fitbit verslaafd en niet zo'n beetje ook!

Als we bij het gigantische hotel aankomen is het even zoeken waar we precies moeten wachten. Een nogal hautaine deurman van Chateau Frontenac wijst ons vaag waar we zijn moeten. Duidelijk wil hij ons niet voor de ingang van zijn sjieke hotel hebben staan!

Nog onzeker of we wel goed staan trotseren Kai en ik de keiharde en ijskoude wind. Kai houdt bij hoog en laag vol dat hij het alleen maar koud heeft in zijn gezicht, terwijl hij geen winddichte jas aanheeft. Niet veel later komt een moeder met haar dochter met dezelfde geboekte tour bij ons staan. We kletsen wat. Zij komen uit Zuidwest Ontario en zijn ook samen op reis vanwege de spring break van de dochter.

Intussen wordt er om ons heen hard gewerkt aan de aanleg van de ijsbaan voor de schaatsrace dit weekend. Die baan is 600 meter lang en met vier tegelijk zullen ze naar beneden racen. Lijkt me een spectaculair gezicht.

Keurig om kwart voor tien komt de bus van Tours of Old Quebec voorrijden. Er is nog even wat onduidelijkheid over onze handgeschreven tickets, maar die is al gauw opgelost. We krijgen ieder een toegangskaartje voor het IJshotel en dan gaan we op weg. De rit duurt slechts een kwartier en dan zijn we er.

Dit IJshotel is er een van twee in de hele wereld. Kai en ik waren dus helemaal blij, toen we zagen dat het tijdens ons bezoek hier nog open is. In het ontvangstgebouw worden we opgewacht door onze gids, Pierre.

Die is helemaal in skikleding gekleed en dat blijkt niet overbodig te zijn. Ik ben blij dat we gisteren handschoenen voor Kai hebben gekocht, anders had die deze rondleiding niet volgehouden!

We lopen naar de voorkant van het hotel, dat uit een verdieping bestaat, maar wel 300 vierkante meter aan oppervlakte heeft. Pierre vertelt ons hoe het maken in zijn werk gaat. Precieze cijfers heb ik niet onthouden, maar wel dat er tonnen sneeuw en ijs mee gemoeid zijn. We staan ook op een meter dicht gepakte sneeuw en de muren van het hotel zijn ook een meter dik.

Als het gebouw eenmaal staat worden de standbeelden, decoraties en natuurlijk het "meubilair" aangebracht. Alles is van ijs, behalve de matras en dekbedden in de slaapkamers. Dat ijs is ook via een bepaalde procedure gemaakt, zodat aanraking door mensenhanden het niet doet smelten. Heel bijzonder!

De bouw van het hotel duurt ongeveer twee maanden en daarna is het gedurende de eerste drie maanden van het jaar geopend. Daarna wordt de electriciteit e.d. eruitgehaald en wordt het vernietigd, want het laten smelten is te gevaarlijk. Pierre vertelt dat het ijs zo sterk is zelfs een bulldozer van achttien ton in april nog over het dak kon rijden zonder er doorheen te zakken!

Binnen beginnen we met de hal. Daar staat in het kort de Huron legende over het ontstaan van de aarde beschreven. Dit jaar is dat het thema en alle standbeelden en namen van de suites hebben ermee te maken. Ook in de hal is een ijsglijbaan, waar de twee kinderen in onze groep meteen dankbaar een aantal keren vanaf gaan.

Wij lopen verder door de hal naar de slaapkamers. In onze groep zijn twee stellen, die hier vannacht hebben geslapen. Pierre vraagt hen regelmatig hun bevindingen met ons te delen. Kai en ik krijgen het gevoel dat de dames van beide stellen niet bepaald lekker geslapen hebben.

De temperatuur "binnen" is altijd tussen de -5 en -6 (afhankelijk van hoe koud het buiten is). Daarom moet iedereen in een speciale slaapzak slapen en voor het logeren krijgen ze instructies hoe die te gebruiken. De vrouwen hadden het toch nog koud gekregen. Ik moet 's nachts altijd een keer naar de wc en dat lijkt mij dus een ramp! Kai en ik bepalen dat we er zelfs nog niet zouden willen logeren, als we er geld voor zouden krijgen (de prijzen per nacht liegen er niet om!).

De volgende stop is het trouwkappelletje. Pierre vertelt hoe bruidsparen hier met hondensleeen, sneeuwschoenen, arrensleeen en meer aankomen. De plechtigheid wordt door een civiele ambtenaar voltrokken, maar stellen kunnen ook hun eigen religieuze leider meenemen. Het lijkt mij een ijskoude aangelegenheid, maar zou inderdaad sprookjesachtig mooi zijn.

Als laatste zien we de enorme discotheek. Gasten moeten hun lichaam opwarmen, alvorens ze in die toch vrij koude slaapzak moeten. Dat kan op twee manieren, de hot tub of warm worden met dansen hier in de disco.

Er is hier ook een grote bar. "Glazen" bestaan uit een blok ijs met een gat erin geboord. Daarvan maken ze er meer dan honderdduizend, want natuurlijk kan zo'n "glas" maar door een persoon gebruikt worden. Kai en ik willen dat ook weleens proberen en kopen een glaasje Brisk. Het is ijzig koud aan de lippen en ook best moeilijk te drinken. Als je daarmee een aantal cocktails opmoet, lijkt me dat nog niet zo eenvoudig!

Na de rondleiding lopen Kai en ik nog wat rond en fotografeer ik nog het een en ander. Opeens voelen mijn vingers en tenen echter als ijs aan en Kai heeft het volgens mij al langer heel koud. We houden het hotel voor gezien en gaan een hete chocolademelk drinken in het cafe om wat op te warmen. Hoe mensen zichzelf nog redelijk warm houden 's avonds voor het slapengaan in dat hotel is me een raadsel.

De bus zet ons weer af bij Chateau Frontenac en van de dame uit Ontario hebben we de tip gekregen bij Paillard te gaan lunchen. Daar krijgen we geen spijt van! We bestellen soep met een broodje.

Kai cheddar broccoli soep, die er erg lekker uitziet, ik turnip (geen idee wat dat in het Nederlands is) en appelsoep, een heel aparte combinatie, maar erg lekker. Kai's panini met kip gaat er goed in. Ik neem de tonijnsalade op meergranenbrood. Heerlijk, ik kan niet anders zeggen!

Al sinds we bij het IJshotel waren sneeuwt het licht. Dat en de harde wind maken het niet erg aantrekkelijk om buiten te zijn. We besluiten dus naar het Musee de la Civilisation te gaan. Dat staat op Kai's lijstje, want hij vindt dat interessant voor zijn anthropologiestudie.

We lopen de trappen naar beneden, maar halverwege houden die op. Het is mij onduidelijk welke kant het museum op is, dus ik vraag het aan een wegwerker in het Frans. Ik krijg een heel verhaal terug, waar ik nog net uit op kan maken waar we heen moeten. Ik moet me erg concentreren op deze taal, die in mijn oren maar heel af en toe echt Frans klinkt.

Het museum is een groot gebouw, maar heeft eigenlijk niet heel veel tentoonstellingen. Wij zijn vooral geinteresseerd in die van de geschiedenis van Quebec. Die is enorm interessant en het duurt meer dan een uur voor we ermee klaar zijn. Verder bezoeken we nog een minder boeiende tentoonstelling over de verschillende gebieden van deze gigantische provincie. Er wonen hier nota bene 7,5 miljoen mensen in de hele provincie, dat is minder dan er in de metropool Washington-Baltimore wonen!

Als laatste kijken we rond in de tentoonstelling over de "Amerindians" van Quebec. Wij vinden het interessant dat men de inheemse volkeren niet "Native Canadians" noemt, zoals de Amerikanen "Native Americans" zeggen. Overal hier worden ze Amerindians genoemd. De Inuit cultuur van noord Canada vind ik fascinerend, dus we besteden hier ook even tijd. We zien o.a. een filmpje van hoe een igloo wordt gebouwd.

Het loopt tegen drieen als we het museum weer verlaten. We lopen even over de gezellige winkelstraat in "Basse-Ville", maar het sneeuwt en is zo koud dat we maar snel besluiten op zoek te gaan naar warmte en iets te drinken.

Dat vinden we terug in ons hoger gelegen gedeelte van de stad. De St. Patrick Pub heeft zelfs de haard aan en wij kunnen ernaast zitten. We bestellen een wit biertje (de enige, die ik lekker vind) en Kai heeft trek, dus we nemen er een portie frietjes bij. Dat is even heel lekker ontdooien zo bij het vuur, we worden er loom van!

Veel te gauw is het weer tijd om de kou in te gaan. Het is zelfs nog wat harder gaan sneeuwen. Ik vraag Kai, waar hij zin in heeft, het is tenslotte zijn reisje. Hij heeft zijn dingen voor vandaag wel weer gezien en stelt voor terug naar het hotel te gaan. Prima, en we relaxen een paar uurtjes, terwijl ik toch ook eigenlijk wel geniet van het kijken naar de sneeuw, die buiten valt. Het heeft altijd iets rustgevends.

Tegen zevenen begint mijn maag te rommelen. Kai's frietjes zijn ook wel weer verteerd. We hebben besloten vanavond crepes te gaan eten. Casse-Crepe Breton wordt goed aangeschreven op de diverse internet sites en is maar een paar blokken verderop.

Het is een gezellig restaurant en de crepes vinden we heerlijk. We nemen beiden een hartige en een dessert crepe. Mijn hartige crepe laat ik vullen met asperge, spinazie, champignons, ham en mozzarella. Die van Kai bevat emmenthaler, bacon en paprika. Als dessert herinner ik me van vroeger in Senegal crepes gevuld met kastanjepasta, dus die moet ik weer eens proberen. Kai neemt de kersenvulling. Het is een ontzettend lekkere maaltijd, precies goed op zo'n koude dag.

We duiken nog even een souvenirswinkel in, want Kai wil graag een t-shirt met een Franse spreuk erop. Die hebben ze niet, maar wel Ricks favoriete Mars repen en een 70% cacao Aero reep, waar ik dol op ben.

Kai heeft geen zin verder nog iets te ondernemen (stiekem ben ik opgelucht, want ik ben best moe en deze kou heeft wel effect op mijn spieren helaas). We gaan dus lekker computeren op de kamer. Morgen belooft het weerbericht zon, ik hoop het van harte, maar ook zonder vermaken we ons prima!

Foto's van vandaag staan hier.

PS: Bedankt voor alle reacties, keep 'em coming!

dinsdag, maart 13, 2012

Nous sommes a Quebec City!

Om vijf over half zeven neem ik afscheid van Saskia. Ik vind haar er maar witjes uitzien, maar ze zegt dat ze zich goed voelt. Ze heeft zich gisteren geen moment rust gegund, had haar eerste bijles (toch iets waar je je op moet concentreren) en ze had spijt dat ze het uit heeft gemaakt met Jimmy. Als dat maar goed gaat, denk ik, als Saskia naar school vertrekt.

Rick en ik gaan nog even terug naar bed, maar ik kan de slaap niet meer vatten. Mijn gedachten malen met zorgen om Saskia en natuurlijk allerlei sceanarios, die zouden kunnen gebeuren vandaag, waardoor we vluchten zouden missen. Het verbaast me iedere keer weer hoe inventief mijn brein kan zijn in het verzinnen van mogelijke calamiteiten. Ben ik daar de enige in?

Rick en ik eten gezellig samen ontbijt en met een kop sterke koffie zijn de muizenissen ook weer een beetje verdwenen. In de Bahamas kreeg ik telkens waarschuwingen over het gebruik van data op mijn telefoon. Dat wil ik in Canada niet weer, dus bel AT&T met de vraag of ze een Canada plan hebben. Dat niet, maar ik kan wel de gebruikte data in de Bahamas en de te gebruiken data in Canada samenbundelen voor een laag bedrag. Heel fijn, want dat kan flink oplopen anders!

Terwijl ik aan de telefoon ben doe ik een halfhartig kwartiertje op de crosstrainer boven. Om de een of andere reden ben ik toch iedere keer weer flink zenuwachtig voor ik ga vliegen, hoe vaak ik ook al gereisd heb. In ieder geval zit alles, inclusief Kai, Rick en ik, in de auto op de doeltijd van half tien.

Dan krijgt Rick een sms van Saskia. Ze is doodmoe en wil graag opgehaald worden. Gelukkig schrijft ze nog geen minuut later van toch maar niet, want ze had op Ricks terugkomst van het vliegveld moeten wachten. Op mijn vraag waarom dan opeens niet, sms-t Saskia dat ze een Engels proefwerk heeft en Latijn niet wil missen. Rick zal haar nu om half een gaan ophalen. Ik hoop zo dat ze niet teveel van zichzelf vergt!

De weg naar Reagan National Airport is gelukkig zonder files. We nemen tegenwoordig de I-395, in plaats van de altijd vaststaande I-66, en dat bevalt prima. Op mijn reispapieren staat dat Air Canada uit de B terminal vertrekt, dus daar zet Rick ons af.

Eenmaal in de terminal zien we nergens een Air Canada logo. Ik vraag het aan een van de medewerkers en die wijst ons naar Terminal A. Dat is nog tien minuten lopen en we hebben maar een uur en een kwartier voor onze vlucht vertrekt. Gelukkig ziet Kai dat Rick nog niet vertrokken is en we rennen terug naar de auto. Een paar minuten later zet hij ons bij de A terminal af en nemen we nu dan echt afscheid.

Het inchecken gaat snel. Omdat ik bij United Premier status heb, hoeven we maar voor een tas te betalen. Ook krijg ik een boarding pas, waarmee wij als een van de eersten aan boord kunnen. Het is ontzettend mooi weer en zal vandaag zelfs 24 graden worden. We hebben raamplaatsen aan de "stad"kant, dus hopelijk stijgen we in die richting op.

Na de spoedig verlopen veiligheidscontrole, wat bij dit vliegveld altijd zoveel makkelijker gaat, dan bij het internationale vliegveld Dulles, lopen Kai en ik naar het Euro Cafe. Daar bestelt hij een croissant met ei en kaas, want hij heeft nog geen ontbijt gegeten. Ik neem een caprese stokbroodje mee als mijn lunch straks in het vliegtuig.

Net als we aan boord gaan belt Rick. Hij zegt dat we door het oog van de naald gekropen zijn wat zijn auto betreft. Hij belt van de BMW garage, want de motor van zijn auto begon vlakbij ons huis heel raar te doen. Gelukkig toen pas, want wij hadden onze vlucht anders niet gehaald of Rick had op de terugweg langs de interstate gestaan met panne. BMW's mogen mooie auto's zijn, maar dit ding kost ons idioot veel aan reparatiekosten. Hopelijk gaat het dit keer meevallen.

Ons vliegtuig naar Montreal is een regionale jet. Twee aan twee zitplaatsen en Kai zit achter mij aan het raam. Eerst zijn we teleurgesteld, want we stijgen over Alexandria op. Maar dan maakt het vliegtuig een bocht en zien we niet alleen de stad heel mooi, maar ook Tysons Corner en even later zelfs Great Falls. Dat laatste had ik nog nooit vanuit de lucht gezien.

De vlucht verloopt verder rustig en anderhalf uur later landen we in een mistig en koud Montreal. We hebben hier bijna twee uur om over te stappen, dus lang genoeg. De Canadese douane verloopt heel soepel.

We zijn zo door de paspoortcontrole en onze tassen hebben we al snel van de band. De douane neemt enkel ons formulier aan en wuift ons dan door. Bij de Air Canada balie kunnen we onze duffels weer afgeven.

"Ah, our Quebec passengers!", begroet de agent ons. Ik ben al bang dat er iets mis is, maar nee, we mogen met de vlucht van twee uur in plaats van drie uur mee. Prima, lekker eerder op de plaats van bestemming, daar hebben we niets tegen.

Nu moeten we wel aanpoten om die vlucht te halen, want we moeten eerst weer door de veiligheidscontrole. Gelukkig hier geen schoenen uit, maar ik vergeet wel dat ik nog een half flesje water in mijn tas heb zitten. Dat wordt prompt weggegooid. Jammer, want ik heb dorst en geen Canadese dollars voor de automaten, die overal staan.

De gate is nog een flink eind lopen en we kunnen meteen aan boord. We hebben in de haast vergeten onze jassen uit de duffels te halen, want die hadden we in Washington zeker niet nodig. Hier is het echter maar net boven nul en we moeten naar het kleine vliegtuigje lopen.

Daar begroet de flight attendant ons ook nog eens met het verhaal dat het in Quebec City ijzelde, toen zij er anderhalf uur geleden vertrokken. Brrrr!!! Ik hoop maar dat ze dicht bij de terminal parkeren straks.

Kai en ik hebben de eerste rij stoelen en zitten dus bij de Exit. We moeten al onze spullen boven onze hoofden kwijt, want in een noodgeval moeten wij assisteren met de deur. Eerst past mijn vette rugzak niet in de kleine ruimte, maar als mijn tas eruit is gelukkig wel.

Het is maar een heel korte vlucht naar Quebec City, slechts 35 minuten. Tijdens deze reis bedenk ik me hoe vliegtuigen echt luchtbussen kunnen zijn. We krijgen dan wel een glaasje water, jus d'orange of appelsap aangeboden, maar feitelijk is het gewoon een vervoermiddel van A naar B. Ik was vier, toen ik in mijn eerste vliegtuig stapte, en toen was luchtvaart nog heel sjiek en bijzonder.

Gelukkig is het bij landing in Quebec City droog. Wel heeft het, zien we later, inderdaad flink geijzeld, want overal hangen ijspegeltjes vanaf. Ook de onderste trede van de trap uit het vliegtuig was zo beijzeld dat ze hem verwijderd hebben. Ik ren het gebouw in, wetend dat Kai me zal volgen, want die heeft ook maar een hoodie aan.

Door de korte overstaptijd in Montreal heb ik geen geld kunnen pinnen daar. Ik hoop dus maar dat er op dit vliegveld een ATM is. Gelukkig blijkt dat het geval. Nadat we de tassen hebben opgehaald, pin ik eindelijk wat Canadese dollars. Tenslotte weet ik niet of de taxi's hier credit cards aannemen (die van ons blijkt dat wel te doen).

Buiten gaan we op zoek naar een taxi. Daar zien we om te beginnen geen teken van en wat is het hier koud! Ik heb gelukkig mijn handschoenen mee, maar Kai niet. Ook heeft hij geen winddicht jack mee, maar claimt dat hij het niet koud heeft. Eigenwijs is hij altijd al geweest!

Eindelijk zien we een rij taxi's staan en krijgen een chauffeur, die bijna geen Engels spreekt. Goed voor mij om mijn Frans te oefenen, dus. Na zo'n twintig minuten zet hij ons af voor ons hotel, Le Champlain, in het oude gedeelte van de stad vlakbij Chateau Frontenac.

Het inchecken gaat heel snel en we krijgen kamer 47 op de vierde verdieping. Van hieruit kunnen we Chateau Frontenac goed zien en we kijken uit de speelplaats van een schooltje. Kennelijk is het hier gewoon om tijdens de pauze ijshockey te spelen.

De kamer is gezellig ingericht. We hebben een queen bed en de kleuren zijn warm. Het is duidelijk een boutique hotel, vooral de badkamer is erg leuk. De wasbak is zwart met koi vissen erop en er is verder ook een vissenthema.

Kai en ik frissen ons wat op en gaan dan de stad in. We wandelen eerst naar het equivalent van de VVV, waar we een tour boeken voor morgen. Ook krijgen we er informatie over restaurants in de buurt. De Rue St. Jean, vlakbij, schijnt daarvoor de plek te zijn.

Daar lopen we dus rillend heen. Het is niet eens zozeer de luchttemperatuur, maar dit gedeelte van de stad ligt bovenop een heuvel en er staat een straffe, ijskoude wind. De straatjes doen heel erg Europees aan. Gek genoeg waan ik me zo af en toe in het Quartier Latin in Parijs.

Op Rue St. Jean duiken we de Saint Alexandre pub in. Daar is het behaaglijk warm. We hebben allebei flinke trek, dus bestellen een gesmolten brie met bruschetta, een heerlijke combinatie. Ik probeer een Quebecois blond bier, Blanche de Chambly, wat ik erg lekker vind. Kai neemt een Duits bier. Dit restaurant heeft tientallen geimporteerde biersoorten!

Met tegenzin begeven we ons de kou weer in. Het weerbericht beloofde de komende dagen beter, dus hopelijk wordt dat bewaarheid. Kai geeft nu toch toe wel handschoenen te willen, dus we gaan Le Chateau binnen. Dit vind ik altijd zo'n leuke winkel en heel jammer dat die niet in ons gebied is. Ik zie er meteen een topje dat ik morgen of overmorgen wil aanproberen!

Er zijn nog welgeteld vier paar mannenhandschoenen in de winkel. Gelukkig past een daarvan Kai. Ik koop ook gelijk een rode sjaal, want ik heb het zelfs in mijn skijack koud. We doen alles meteen aan en een stuk warmer gekleed lopen we terug naar het hotel.

Daar kijk ik op Yelp en Tripadvisor op zoek naar restaurants voor ons avondeten. Op beide sites komt het Hobbit Bistro er erg goed uit. Dat is maar een minuut of tien lopen van ons hotel en wordt het dus vanavond.

Dat blijkt een goede keuze. Ook hier komt mijn Frans weer te pas, want de serveerder spreekt wel wat Engels, maar liever Frans. Zo een op een gaat het me goed af. Als ik de Quebecois echter onderling hoor praten versta ik slechts af en toe een woord en soms klinkt het als een compleet andere taal dan Frans.

We krijgen een tafeltje bij het raam en bestellen beiden uiensoep. Ik ben dol op bloedworst (ja, ik weet het, niet gezond) en dat is een plaatselijke specialiteit (boudin noir). Mijn bedoeling was om het voorgerecht te bestellen en ik had niet door dat er ook een hoofdgerecht was. Natuurlijk nam de serveerder aan dat ik het hoofdgerecht bedoelde en dat krijg ik dus. Eigen schuld...

De worst is heerlijk, maar de kool en gegratineerde aardappelen, die erbij worden geserveerd, zijn me veel te zwaar. Dit gerecht blijkt twee keer zo duur te zijn, als het voorgerecht, maar dat heb ik aan mezelf te danken. Les geleerd om heel duidelijk te zijn. Kai heeft een burger besteld, die hem zeer goed smaakt. Hij deelt wat van zijn rauwkostsalade met mij, zodat ik nog een beetje het idee heb gezond te hebben gegeten.

Dit restaurant was een goede keuze, ik kan me voorstellen dat veel mensen er zo goed over schrijven. De bediening was vriendelijk en het eten goed bereid. Met zeer volle magen lopen we terug naar het hotel, wat wel heel gunstig is gelegen. Morgen gaan we de stad verder verkennen.

Nieuws van thuis is dat het weer aan is tussen Saskia en Jimmy. Dat vinden wij allemaal leuk, want het was duidelijk even een ruzie, die gewoon uitgepraat moest worden. Ze waren zeker nog niet op elkaar uitgekeken.

Foto's van vandaag staan hier.

PS: Ik vind het erg leuk als je reageert, want ik ben benieuwd wie mijn bezoekers zijn (375 unieke bezoekers gisteren en maar drie reacties).