Misschien is het toch maar beter om geen heel donkere gordijnen te krijgen voor onze kamer. Mijn horloge heeft geen verlichte wijzers en de wekkerradio hier is ook niet verlicht. Tussen zes uur en half negen ben ik telkens wakker, me afvragend hoe laat het is. Ik wil me niet verslapen, want we hebben ook voor vandaag een aantal plannen.
Om vijf over half negen maak ik Kai ook wakker. We gaan eerst beneden ontbijten. Het ontbijt bij de Hampton Inns is gratis en meestal erg goed. Ook vanochtend is er een ruime keuze, verse wafels, verse fruitsalade, cereals, roerei en meer. Alleen smaakt de fruitsalade bitter door de grapefruit, het roerei kurkdroog en is het wafeldeeg op.
Bepaald niet het beste Hampton Inn ontbijt, dat we hebben gegeten (dat behoort nog steeds aan degene in Rapid City, South Dakota), maar we doen het ermee. De koffie maakt veel goed. De "bold" selectie is lekker sterk, precies goed voor mij.
Terwijl Kai doucht en inpakt, ga ik naar de fitnesskamer. Ook daar is de apparatuur minder, dan bij andere Hampton Inns. Er is een crosstrainer van een onbepaald merk, maar dat is alles, wat ik nodig heb. Tijdens het halve uur zweten lees ik mijn boek uit. Helaas het laatste van deze serie tot nu toe, morgen begin ik aan een andere serie.
Katja heeft vandaag een spannende dag, want ze moet voorkomen voor haar ongeluk met haar Kevertje. Ze kreeg daarvoor een bon voor "roekeloos rijden" en daarvoor moet iedereen hier naar het gerecht. Van anderen kregen we het advies een advocaat in de arm te nemen, want zonder weet je maar niet, wat er gaat gebeuren.
Het is een beetje een stokpaardje van mij, maar ik vind het (verkeers)gerecht hier dus om te huilen. Toen ik door een dronken bestuurster werd aangereden, was de rechter in een goede bui en kwam zij met niets weg. Een dronken bestuurder verwondde de bejaarde ouders van mijn vriendin zodanig, dat hun leven nooit weer hetzelfde zal zijn, hij kreeg voorwaardelijk. Katja heeft natuurlijk een fout gemaakt, maar de potentiele straf vind ik buiten proporties.
Enfin, ik zal niet verder in detail treden. Vandaag moet ze dus voorkomen en haar advocaat probeert eerst een overeenkomst te treffen met de politieagent, die haar bon schreef. Dat lukt niet, sms-t ze mij. Dan moet ze dus voor de rechter verschijnen.
Na mijn sporten heeft Katja gelukkig goed nieuws. Het ging zelfs beter, dan haar advocaat had verwacht. Omdat Katja als vrijwillige EMT werkt en verder een heel goede studente en burger is, krijgt ze een jaar voorwaardelijk en 50 uur community service (vrijwilligerswerk, maar haar werk op de ambulance telt daar niet voor).
Het goede daarvan is, dat er geen permanente punten op haar rijbewijs zullen komen, wat ook fijn is voor onze verzekering, die dan niet omhoog zal gaan. We zijn dus blij met het resultaat en het feit, dat we een advocaat hebben ingehuurd.
Als ik ook weer schoon en ingepakt ben, checken we uit en doen de bagage in de auto. Het verbaast me iedere keer weer, hoe snel we klaar kunnen zijn, ook als we met zijn allen reizen. We hebben met de jaren geleerd "makkelijk" te reizen.
Vandaag gaan we de "Natural State" bezoeken, dat is de bijnaam van Arkansas. Ik stel de GPS in op Eureka Springs, wat onze serveerder in het Hard Rock Hotel aanraadde als een leuke plaats.
De weg erheen is mooi, heel bochtig door het Ozark gebied. Net voor Eureka Springs zien we een bord voor Pivot Rock, die ook door Ripley's (Believe It or Not) beschreven is. We rijden er voorbij en ik vraag aan Kai of hij geinteresseerd is. Dat is zo, dus ik draai om.
Via een eng, smal (ik voorkom ternauwernood een botsing met een tegenligger, die iets te snel de bocht om komt) weggetje rijden we erheen. Binnen betalen we de $4,50 per persoon en lopen dan het pad op. Dat loopt steil naar beneden. Helaas is het nog steeds bewolkt en ook nog winters in de natuur, maar het is een heerlijke temperatuur en we zien groene knoppen aan de bomen.
Pivot Rock is inderdaad een bijzondere formatie. Een enorm wijde rots lijkt te balanceren om een dun "been". Er is een familie met een kleintje en de man biedt aan een foto van ons beiden te nemen. Dat is altijd wel leuk, dus we poseren.
Kai wil graag nog verder het bos in wandelen en dat vind ik prima. We hebben geen haast vandaag, want we hoeven maar iets meer dan honderd mijl te rijden bij elkaar. Kai vindt stenen van hetzelfde soort, als waar de Indianen gisteren pijlpunten van maakten. Hij probeert die ook scherp te maken en dat lukt redelijk.
De rotsen, waar we langslopen, hebben een bijzondere formatie. Het lijken een heel aantal vlakke rotsen op elkaar gestapeld. Kai ziet de uitdaging en probeert op een van de rotsen te klimmen. Dat lukt, maar hoe nu weer naar beneden, want de rots is meer dan twee keer zo hoog, als hij. Gelukkig is het aan de achterkant minder hoog.
Ons weer:
donderdag, maart 17, 2011
Dagje "Natural State", nu in de "Show Me State"
Gepost door
Petra
op
23:25
16
reacties
Labels: Arkansas, Branson, Missouri, natuur, reizen, toeristisch
woensdag, maart 16, 2011
Negenenveertig staten bezocht!
Gisteravond heb ik roomservice besteld voor het ontbijt. Dat komt keurig op tijd. Kai en ik hebben heerlijk geslapen. Deze kamer heeft van die gordijnen, die al het daglicht uitsluiten. Eigenlijk zou ik die thuis ook dolgraag willen, maar dan zou ik volgens mij nooit weer mijn bed uitkomen.
Het eten is erg goed. Ik heb een omelet met groentes en champignons en Kai bananennotenbrood en een enorme vruchtensalade, waar ik ook een groot gedeelte van eet. Alweer is de prijs veel minder, dan bij andere hotels met zulke luxe. We zouden vaker bij een hotel met een casino moeten logeren.
Kai heeft geen zin om mee te gaan naar de fitness, dus ga ik maar alleen. Eigenlijk had ik in dit hotel er heel wat van verwacht, alles is verder ook zo mooi. Maar de fitnesskamer is doodsaai. Een kamer zonder ramen met vier cardiomachines en een gewichtenapparaat. Alles is ook vrij oud. Ach, de crosstrainer werkt en al lezend is het halve uur zo voorbij.
Boven is Kai al helemaal klaar en gepakt. Ik duik de douche in, zo'n heerlijke "regen"douche, ook die zou ik thuis dolgraag hebben. Alleen is het water hier vreemd. Het lijkt net of de zeep niet van je handen wordt gewassen erdoor.
Tegen tienen zijn we klaar om onze avonturen te vervolgen. Onze eerste stop zal Tahlequah zijn, de hoofdstad van de oostelijke Cherokee Indianen.
Door uitgestrekte prairies rijden we erheen. Kai verzorgt de muziek weer. Ik vind vooral de muziek van The Ventures , die hij heeft, erg goed, zeker in deze omgeving. We zijn het er wel over eens, dat, hoezeer de prairies ook hun charme hebben, we hier nooit zouden willen wonen (excuses aan degenen, die wel op prairies wonen). Het is allemaal veel te afgelegen en leeg.
We rijden door het lieflijke historische Tahlequah naar het Cherokee Heritage Center. Daar kopen we kaartjes en zijn net op tijd om met de rondleiding van half twaalf mee te kunnen.
Een Cherokee vrouw leidt ons door een dorpje, zoals het er in de 16e en 17e eeuw uitzag. De huizen zijn van modder en klei gemaakt. Een Cherokee man vertelt heel interessant hoe hij pijlen, messen e.d. uit steen maakt en over de geschiedenis daarvan, die maar liefst 24000 jaar teruggaat. De culturen van de Indianen fascineren me enorm. Eigenlijk zou ik wel uren naar zo'n historicus kunnen luisteren.
Ook de taalspecialist vertelt interessant. Ik had er geen idee van, dat de Cherokee ook een apart geschreven alfabet hadden. Het ene woord, dat we leren is "osiyo", wat "hallo" betekent.
Na de rondleiding lopen we door een 19e eeuws Cherokee dorpje, zoals het er na de "Indian Removal" ongeveer uitzag. Natuurlijk is de geschiedenis van hoe de Cherokees hier in Oklahoma terechtkwamen verschrikkelijk verdrietig. Zij liepen de "Trail of Tears", die hier eindigde.
Als laatste bezoeken Kai en ik het kleine museum, waar, behalve kunst, ook een hartverscheurende tentoonstelling over de pijn en verdriet toen. Ik krijg een brok in mijn keel bij het lezen van de commentaren van overlevenden. Vandaag de dag zijn de Cherokee de grootste Indianenstam met ongeveer drie kwart miljoen, maar het was natuurlijk vroeger een nog veel groter volk.
Het is allemaal heel interessant en ik kijk nog even naar een boek in het winkeltje. Dat vind ik echter niet. Thuis ga ik eens op Amazon.com neuzen of er iets interessants over de geschiedenis van deze stam voor mijn Kindle is.
Toen we hierheen reden, zagen we een Chili's dichtbij. Er zijn ook wat andere restaurants, maar ik laat Kai de keuze en die is dol op Chili's. We hebben inmiddels flink trek gekregen. Ik bestel een van hun lunch specials, een kop tortilla soep en een halve kip fajita sandwich. Erg lekker en de portie is niet te groot.
Na de lunch stellen we de GPS in op Gentry, Arkansas. Dat is ongeveer een uur rijden weg, zegt het apparaat. Wat deden we ooit zonder GPS, ik heb met behulp van Bing ook al precies kunnen kijken, wat qua afstanden te doen is.
Een deel van onze weg volgt de historische route van de Trail of Tears. We hebben de prairies inmiddels ook verlaten en rijden door voetheuvels met zeer bochtige wegen. De natuur is hier verder, dan thuis, en de perenbomen staan mooi in bloei.
In Siloam Springs
rijden we Arkansas binnen. Gelukkig kan ik er gemakkelijk vlakbij parkeren, want ik wil echt een foto van mijn negenveertigste bezochte staat. Helaas zien we aan de overkant geen Oklahoma bord, dus die gaat niet in de staatsbordenfoto's verzameling vertegenwoordigd zijn.
In Gentry bezoeken we het Wild Wilderness Drive Through Safari park. De toegangsprijs bedraagt slechts $10 per persoon, dus veel verwacht ik er niet van. Het blijkt echter idioot goedkoop voor wat het is.
We beginnen met de acht kilometer door het safaripark. Daar zien we bisons, wildebeest, emu's, dromedarissen, zebra's, heel veel verschillende soorten herten en meer. In tegenstelling tot het safaripark in Virginia krijgen we hier geen eten voor de dieren en moeten onze ramen en deuren dicht blijven.
Al gauw zien we, dat anderen zich daar niet aan houden en natuurlijk wil Kai ook graag een dromedaris en een zebra aaien. Dat lukt allemaal prima, de dieren zijn duidelijk aan mensen gewend. Het zal om verzekeringsredenen zijn, dat al die waarschuwingen er staan.
In kooien zien we een heel aantal tijgers, leeuwen, beren, wolven en meer. De dieren zien er allemaal heel gezond uit en hebben goed de ruimte om te bewegen. Na drie kwartier zijn we terug op de parkeerplaats. Dit alleen was de $10 al ruim waard.
We stappen uit en zien, dat we rode kangeroetje kunnen aaien. Dat doen we natuurlijk. Er zijn ook jonge llama's en geitjes. Verderop zijn kooien met aapjes. Een paar chimpansees, lemurs en capuchin aapjes, allemaal hebben ze ruim plaats om te klimmen en een binnen- en buitenverblijf. Een van de lemurs is tam en we aaien Apple. Als ik mijn vinger in haar handje doe, grijpt ze die net als een baby zou doen, schattig.
Als we al die dieren hebben bekeken is het een half uur voor het park gaat sluiten. Kai zei, toen we de eerste keer uit het park kwamen rijden, al verlangend, dat we zo vaak als we willen er doorheen kunnen rijden. Ik stel dus voor nog een keer het rondje te rijden en daar stemt hij enthousiast mee in.
Dit keer zien we drie jonge tijgertjes en een leeuwenwelpje spelen, die we de eerste keer hadden gemist. Ook zijn de andere dieren nu wat actiever, misschien, omdat het koeler is of omdat ze honger hebben. We zijn blij er nog een keer doorheen te zijn gegaan. Als er ooit $20 wel besteed waren, is het hier wel.
Ons hotel voor vanavond ligt maar een half uurtje verderop in Springdale. Deze Hampton Inn is, zoals meestal, een keurig hotel. We krijgen een kamer met twee bedden op de tweede verdieping.
Alleen is er geen restaurant, behalve het gratis ontbijt, dat morgen geserveerd zal worden. Het is nog licht, dus ik stel Kai voor vroeg te gaan eten vanavond, zodat ik kan rijden.
Voor degenen, die zich afvragen, waarom Kai niet rijdt, hij is (veel te) jong om in een huurauto te mogen rijden. Dat mag pas, tegen extra betaling, met 21. Als er iets zou gebeuren met hem aan het stuur zouden we niet verzekerd zijn. Vandaar, dat dat dus niet gaat gebeuren.
Gelukkig zien we, als we naar buiten lopen, een restaurant nog geen honderd meter verderop. Aangezien we beiden nog niet veel honger hebben, besluiten we daar later heen te lopen en nu even op de kamer te gaan relaxen.
Een uurtje later lopen we naar Marketplace Grill, waar we heel vriendelijk worden begroet en naar een tafeltje geleid. Grappig aan dit menu vind ik, dat ieder gerecht, behalve de gewone grootte, ook een "lighter side" heeft.
Die lighter side is een kleinere portie, meer restaurants zouden dat moeten doen. Ik kies de lighter side van de teriyaki met garnalen. Die komt met paprika, broccoli en squash en rijst. Het smaakt lekker, al zwemt alles in teryaki saus. Kai's pizza ziet er ook wel goed uit, maar wij zijn toch wel verwend met de goede restaurants in ons gebied.
Toch niet helemaal tevreden, want de pizza stelde weinig voor, bestelt Kai de chocolade sundae, die ook in een kleinere maat komt (de grote is enorm!). Die komt met twee lepels, die ik neem er ook een paar hapjes van, maar het is mij te zoet.
We lopen terug naar het hotel en relaxen lekker op de kamer. We hebben nog geen vastomlijnde plannen voor morgen, maar wel al een paar ideeen.
Een vakantie met Kai is heel anders, dan met Katja. Katja laat weten, wat ze wil, bij Kai moet ik dat echt uit hem trekken. Ik weet wel zeker, dat hij vandaag veel plezier heeft gehad en dat doet me goed. Ik geniet er ook des te meer van, dat beide jong volwassenen hun spring break nog met hun "oude" (dat ben ik toch vast voor ze) moeder willen doorbrengen.
Foto's van vandaag staan hier.
Gepost door
Petra
op
23:12
16
reacties
Labels: Amerikaanse geschiedenis, Arkansas, Oklahoma, reizen, toeristisch
